Reactie op vragen Ledenraadslid Jaap Groven en toelichting op afgelasting keuring onder het zadel

Bron: 
Stamboeksecretaris aan de NSIJP (ledenraads)leden

Waarom heeft de keuring onder het zadel dit jaar geen doorgang gevonden? Een reactie op vragen vanuit de Ledenraad

Dit jaar stond de jaarlijkse keuring onder het zadel net als in 2013 gepland voor het 3e weekend in juni en zou evenals voorgaande jaren worden gehouden op De Breidablik in Oirschot. Waren er vorig jaar bijna 35 deelnemers, dit jaar heeft zich geen enkele deelnemer (!) voor de keuring gemeld. Het zal dan ook niemand verbazen dat de keuring dit jaar niet door is gegaan.

Een en ander roept vragen op bij de leden en in het hiernavolgende een poging om een uitleg te geven aangaande de diverse beslissingen en ontwikkelingen.

Enkele jaren geleden was er sprake van een zeer forse overschrijding van het budget dat bestemd is voor fokkerij keuringen. Overigens is het verschil in de kosten die gepaard gaan met het uitnodigen van juryleden uit IJsland en juryleden uit een ander FEIF land niet dermate aanzienlijk of zelfs significant dat hierdoor een serieuze kostenbesparing kan worden behaald op het totaal van de begroting. Dit noopte tot bezinning, zeker gezien de verhouding tussen het aantal op jaarbasis onder het zadel ter keuring aangeboden paarden en de daarmee gemoeide kosten.

In de eerste plaats is aan de hand van analyse van de keuringsgegevens over de afgelopen jaren vastgesteld dat met name het aantal hengsten dat grofweg de laatste jaren in april (het voorheen gebruikelijke tijdstip van deze keuring) onder het zadel werd voorgesteld sterk terugliep. Al vanaf 2009 ging het doorgaans nog maar om slechts één of enkele (Nederlandse) hengsten. Het aantal paarden dat op de keuring in juni (om het andere jaar tevens de WK-selectiekeuring) werd voorgesteld, was evenwel telkens vele malen groter. Uit informatie van fokkers en trainers kwam bovendien naar voren dat de maand april dikwijls nog niet de meeste ideale maand is om paarden en in het bijzonder ook hengsten onder het zadel voor te stellen.

Eerder (in ieder geval in 2010 en 2011) was ook wel sprake van een gezamenlijke keuring in april met het Belgische stamboek, maar na een bestuurswisseling in België is na 2011 hiervoor door België niet meer gekozen.

Gezien de forse kosten die noodgedwongen gemoeid zijn met het organiseren van keuringen en die in de verste verte niet gedekt kunnen worden uit de inschrijfkosten, werd in het najaar van 2012 – vooralsnog - besloten het aantal keuringen onder het zadel terug te brengen tot in beginsel één per jaar. Aangezien al duidelijk was dat april een minder gelukkige (want te vroeg in het seizoen) maand is voor een dergelijke keuring, was het logisch om te kiezen voor een keuring in juni.

Let wel, bij het plannen van keuringen onder het zadel is Nederland afhankelijk van de beschikbaarheid van internationaal geaccrediteerde fokkerij juryleden. Hoewel vaak al in oktober-november van het voorafgaande jaar wordt begonnen met het uitnodigen daarvan, blijkt het toch vaak lastig om de gewenste juryleden blijvend te ‘strikken’. Aangezien Nederland een tamelijk klein fokkerijland is, staan niet veel ervaren, internationale juryleden daadwerkelijk te trappelen om hier voor een relatief gering aantal paarden te komen jureren. Om de kans op een ervaren en gevarieerd juryteam te vergroten, moet dan ook bij het bepalen van de datum van de Nederlandse keuring echt wel rekening worden gehouden met de – vrij volle – internationale keuringsagenda met name in de maand mei.

Maar daarnaast moet uiteraard ook rekening worden gehouden met de wensen en (on)mogelijkheden van de organisatie van de – tot op dit moment enige aan de eisen voldoende - keuringslocatie die Nederland rijk is. Daar komt nog bij dat in een WK jaar  de tweede helft van juni juist weer een prima moment is voor de WK selectiekeuring.

Maar dat is niet het enige. Het voorstellen van paarden op een keuring onder het zadel vereist de nodige specifieke skills en ervaring. In vrijwel alle FEIF landen tekent zich een duidelijke trend af dat slechts een zeer beperkt (vaak slechts twee of drie per land) aantal voorbrengers echt is gespecialiseerd in het voorbrengen van paarden op een keuring en daarbij doorgaans goede resultaten boekt. Fokkers zien dit en kiezen er meer en meer voor om hun paarden voor te laten stellen door die voorbrengers die over het geheel genomen veel paarden voorstellen en daarbij in internationaal verband de beste resultaten boeken. In Nederland zijn er niet of nauwelijks voorbrengers voor wie dit geldt. Dat leidt ertoe dat Nederlandse fokkers, die vaak veel geld investeren in het trainen van hun veelbelovende paarden, ervoor kiezen om hun paarden in het buitenland te laten voorstellen op een keuring die de betreffende keuringsruiter voorstelt of goed uitkomt. Daartegen bestaat ook geen bezwaar omdat de goedkeuringsnorm voor hengsten kan worden behaald op elke erkende FIZO keuring. Bovendien is het een gegeven dat, alhoewel er bepaalde –universele – voorwaarden worden gesteld aan de FIZO keuringsbanen, het in de praktijk toch kan uitmaken waar paarden worden gekeurd. Zo hebben de paarden bijvoorbeeld op de keuringslocatie in Osterbyholz (Noord-Duitsland) vaak baat bij de aanleuning aan de langs de baan staande wand en worden er dikwijls hogere scores bereikt dan op andere, meer wijdse keuringsbanen. Ook met dit soort zaken wordt vaak rekening gehouden.

Het feit dat er dus regelmatig paarden in het buitenland onder het zadel worden gekeurd, is hiermee te verklaren en hoeft ook niet als een negatief iets te worden beschouwd. Een keuring is net als een wedstrijd weliswaar een momentopname, maar de resultaten daarvan hebben in de praktijk een veel grotere impact dan een wedstrijd waarbij eens sprake is van een mindere vorm. Voor het Fokkerij Event worden voorts elk jaar in ieder geval die hengsten op individuele basis uitgenodigd, die in het voorafgaande keuringsseizoen op keuringen in het buitenland de goedkeuringsnorm hebben behaald, maar die verder (nog) niet of nauwelijks in eigen land zijn getoond of gezien.

Terugblik op de keuring van 2013

In 2013 bestond het juryteam uit volledig IJslandse juryleden en dit is niet bij alle deelnemers in goede aarde gevallen. Voorop gesteld moet worden dat het ging om drie gerenommeerde en zeer ervaren juryleden die zowel in eigen land als ook in het buitenland vaak vele honderden paarden per jaar beoordelen. Er is dan ook geen enkele aanleiding of reden om hun deskundigheid in twijfel te trekken. In beginsel geldt al vele jaren bij het uitnodigen van juryleden als uitgangspunt dat het juryteam is samengesteld uit tenminste een IJslands jurylid en daarnaast een of twee juryleden uit een van de overige FEIF-landen. Dit keer was de oorspronkelijke insteek – mede vanuit financieel perspectief – om te kiezen voor een tweetal juryleden, de FEIF norm bij keuringen met minder dan 25 deelnemende paarden. Zo’n zes weken voor keuring bleek een toezegging van een jurylid uit een ander FEIF land niet gestand te worden gedaan, waarna – op relatief korte termijn - gezocht moest worden naar een tweede jurylid. Op dat moment zijn meerdere – niet IJslandse - juryleden aangeschreven en benaderd, die ofwel in het geheel niet reageerden ofwel verhinderd waren. Het enige land dat op die korte termijn wel in staat bleek om een ervaren jurylid af te vaardigen was IJsland. Toen bovendien op het laatste moment (zo’n tien dagen voor de keuring) nog een piek ontstond in het aantal inschrijvingen – in geen jaren waren er meer dan 25 deelnemers voor een keuring onder het zadel aangemeld – moest er alsnog een 3e jurylid worden gevonden. Ook dit keer was IJsland het enige land dat op deze termijn in staat was om een overigens zeer gerenommeerd jurylid te leveren, iets waarvoor in feite slechts erkenning past. De samenstelling van het juryteam in 2013 was daarmee geen bewuste keuze, maar een vrij bijzondere samenloop van omstandigheden. Voor dit jaar stond overigens ‘gewoon’ weer een juryteam afkomstig uit verschillende landen gepland.

Een aantal trainers en fokkers geeft er bovendien de voorkeur aan wanneer reeds tijdens het eerste deel van de keuring gedetailleerd commentaar wordt gegeven op het getoonde en de tot dan toe behaalde keuringscijfers. Iets wat tijdens FIZO-keuringen in Duitsland inmiddels gemeengoed is geworden. Op de internationale FEIF conference in 2013 is deze ontwikkeling uitgebreid besproken en bediscussieerd. Door de vergadering is toen geconcludeerd dat het op zich landen vrij staat om anders te handelen, maar dat de internationale FEIF lijn vooralsnog zal zijn dat tijdens de eerste doorgang van de keuring géén commentaar wordt gegeven en dat pas gedurende de tweede doorgang zal worden aangegeven wanneer (en waarom) bepaalde cijfers zijn gewijzigd. Tussen de diverse landen en binnen het internationale jurykader bestaan op dit punt nadrukkelijk verschillende opinies. Met name voor de door de FEIF aangehouden lijn bestaan een aantal steekhoudende argumenten. In dit licht is het logisch en begrijpelijk dat tijdens de keuring van 2013 deze FEIF lijn is gevolgd.

Na afloop van de eerste doorgang was in het programma en tijdschema bovendien ruim tijd ingeruimd voor voorbrengers en eigenaren om aan de juryleden nadere uitleg te kunnen vragen aangaande de gegeven cijfers en de mogelijkheden in de tweede doorgang. Iets waarvoor de jury zeer openstond en waarvan ook door een aantal voorbrengers gebruik is gemaakt.

Tot slot

Soms verlopen zaken anders dan vooraf gedacht of gepland en in dat geval wordt – rekening houdend met zoveel mogelijk alle belangen – een oplossing gekozen die recht doet aan waar mogelijk ieders wensen, maar waarbij uiteraard ook rekening moet worden gehouden met de geldende regels en afspraken. En zo nu en dan wordt een gewenste situatie nu eenmaal beperkt door de mogelijkheden van dat moment.

Ook in 2015 zal dit gelden, maar fokkers, trainers en eigenaren kunnen ervan op aan dat serieus geluisterd wordt naar hun wensen, rekening wordt gehouden met hun belangen en ingezet wordt op een keuring onder het zadel die waar haalbaar het meeste daarvan in zich verenigt.

 Ingrid Weijers, stamboeksecretaris NSIJP